Co-verslaving
Als je partner, kind of ouder een verslaving heeft, heb jij ook zorgen. Namelijk voor je naaste. Je bent veel met de ander bezig, wat begrijpelijk is. Het gaat niet goed met de ander. Je wilt helpen. Je wilt zorgen. Als je iets kunt doen, voel je je tijdelijk wat beter, even minder verontrust. Je kan jezelf gemakkelijk vergeten. Je bent zo bezig met de ander, dat je vergeet om ook nogaan je eigen behoeftes te denken. Het kan je zo bezighouden, dat het een obsessie wordt, dan spreek je van co-verslaving. Je bent ook verslaafd aan de verslaving van je kind, partner of ouder. Je maakt je mede-afhankelijk van het probleem. Je hebt je zo toegelegd om voor de ander te zorgen, dat je er altijd mee bezig bent. Je bent steeds ongerust. Je komt er niet los van. Zo houd je ook de verslaving van je naaste mede in stand.
Als het om je kind of je ouders gaat, zit je gevangen in een heel complexe structuur van zorg, acute hulp en het ouder of kind zijn. Hoe ver ga je om je kind of ouder te helpen, te redden van de verslaving?
